ECLI:NL:RBAMS:2018:4571
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking beroep en proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke procedure
Eiseres had beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om haar toeslag op de WIA-uitkering te stoppen. Tijdens de procedure trok haar gemachtigde het beroep in, met het verzoek om proceskostenvergoeding. Later stelde de gemachtigde dat dit een vergissing was en dat het beroep niet ingetrokken diende te worden.
De rechtbank overwoog dat intrekking van een beroep een formele proceshandeling is waar in beginsel niet van kan worden teruggekomen. De bevestiging van de intrekking en toestemming om zonder zitting uitspraak te doen, maakten de intrekking definitief. De omstandigheden van de gemachtigde, waaronder een administratieve vergissing, konden hieraan niet afdoen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder niet aan eiseres was tegemoetgekomen, zodat op grond van artikel 8:75a Awb geen proceskostenvergoeding kon worden toegekend. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.T. Kruis op 3 juli 2018 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ingetrokken en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.