Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2018 in de zaak tussen
[naam eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2018.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, eigenaar van een supermarkt, verzocht om een bedrijfsvergunning voor een gebied waar het vergunningenplafond op nul is gesteld. Verweerder weigerde de vergunning en handhaafde deze weigering na bezwaar. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld, omdat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn bezwaargronden telefonisch toe te lichten.
De rechtbank overwoog dat het vergunningenplafond een dwingendrechtelijke bepaling is, waardoor de vergunning in beginsel geweigerd moet worden. De hardheidsclausule is slechts in schrijnende gevallen toepasbaar, wat hier niet het geval was. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de vermeende eerdere vergunningen onterecht waren verleend en zullen worden ingetrokken.
Verder werd geoordeeld dat het niet kunnen gebruiken van een stallingsplaats vanwege de hoogte van de bedrijfsauto geen reden is om de vergunning niet te weigeren. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en hij werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de bedrijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.