ECLI:NL:RBAMS:2018:4700
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen opbrengst valsmunterij wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van een 51-jarige vrouw die werd verdacht van witwassen van opbrengsten uit valsmunterij in de periode van januari 2012 tot november 2013. De tenlastelegging omvatte het verbergen en verhullen van de herkomst van diverse geldbedragen en luxe goederen, waaronder een Audi, sieraden, designer kleding en elektronica.
Tijdens de terechtzittingen op 28 en 29 mei, 1 en 22 juni 2018, heeft de rechtbank de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De verdediging stelde onder meer dat de dagvaarding niet voldoende specifiek was over de geldbedragen, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat het dossier voldoende duidelijkheid bood.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs is dat de verdachte op de hoogte was van de criminele herkomst van de gelden en goederen. Tevens was er sprake van een aanzienlijk legaal vermogen door een erfenis en eerdere bedrijfsverkoop, waardoor niet kon worden aangenomen dat zij redelijkerwijs moest vermoeden dat de gelden deels uit misdrijf afkomstig waren.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij. Tevens werd de teruggave van de in beslag genomen goederen gelast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wist van de criminele herkomst van gelden en goederen.