Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2018.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, voormalig commercieel medewerker, kreeg een WW-uitkering toegekend vanaf 1 augustus 2017. Het UWV schortte deze uitkering per 1 november 2017 op nadat signalen binnenkwamen dat eiser mogelijk niet beschikbaar was voor werk vanwege verblijf in het buitenland en dat er twijfel bestond over zijn werknemerschap.
Eiser maakte bezwaar tegen de schorsing en stelde dat hij geen inkomsten had ontvangen, beschikbaar was voor werk en zich actief inzette voor sollicitaties. Ook betoogde hij dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat er sprake was van vooringenomenheid bij het UWV.
De rechtbank oordeelt dat het UWV op 15 december 2017 een gegrond vermoeden kon hebben dat het recht op uitkering niet bestond, mede omdat eiser niet op het geplande gesprek verscheen om de twijfels weg te nemen. De rechtbank vindt geen bewijs voor vooringenomenheid en acht de motivering van het besluit voldoende.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt dat het UWV de uitkering mag opschorten bij gerede twijfel over het recht op uitkering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opschorting van de WW-uitkering door het UWV.