Uitspraak
1.De procedure
- het verzoek van de moeder, ingekomen op 24 april 2018;
- nadere stukken van de moeder, ingekomen op 6 juni 2018;
- nadere stukken van de moeder, ingekomen op 25 juni 2018;
- het verweerschrift en producties van de vader, ingekomen op 29 juni 2018;
- verklaring van de moeder, ingekomen op 2 juli 2018;
- nadere stukken van de moeder, ingekomen op 2 juli 2018;
- nadere stukken van de vader, ingekomen op 3 juli 2018.
2.De feiten
- [voornaam kind 1]
- [voornaam kind 2]
- [voornaam kind 3]
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
“(..) Het voorlopig/lange termijn in dezelfde omgeving te blijven/naar dezelfde school te gaan (..)”. Naar het oordeel van de rechtbank impliceert dat echter niet dat partijen indien zij daar nu een geschil over hebben dat verzoek niet ex artikel 1: 253a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) aan de rechter zouden kunnen voorleggen. Dit betekent dat de moeder ontvankelijk is in haar verzoek.