Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juli 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
[naam] , [functie] , aanwezig.
Overwegingen
‘dit betekent dat het besluit tot ongeschiktheidsontslag geen voorwaardelijk karakter meer heeft, en dat wij vaststellen dat u per 1 november 2015 op grond van dat besluit bent ontslagen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in art. 12.10 CAO UMC’is het feitelijke rechtsgevolg van dit besluit, immers dat eiser per 1 november 2015 daadwerkelijk is ontslagen. Daarmee kan het primaire besluit II als een zelfstandig besluit in de zin van de Awb worden beschouwd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten I en II;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van de wettelijke rente over aan eiser verschuldigde nabetalingen;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding aan eiser ten bedrage van € 1.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.012,-.
.