2.2.Met het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van [naam eiser] tegen de bestuurlijke boete ongegrond verklaard. De boete is volgens de Svb terecht opgelegd, omdat [naam eiser] de verandering in haar woonsituatie binnen zes weken had moeten doorgeven en dat niet heeft gedaan. [naam eiser] had ervan op de hoogte moeten zijn dat de inwoning van haar moeder van invloed was op haar uitkering.
3. [naam eiser] voert in beroep aan dat een boete van 50% van het benadelingsbedrag onredelijk is. Zij wist niet dat ze een melding van de inwoning moest doen en was nog in de rouw over het verlies van haar man. Ook had zij tot 2016 een financieel adviseur die verantwoordelijk was voor haar financiële zaken. Het is dan ook niet aan [naam eiser] te wijten dat de inwoning van haar moeder niet is gemeld bij de Svb.
Heeft de Svb terecht een boete van € 948,54 aan [naam eiser] opgelegd?
4. Iemand die een Anw-uitkering ontvangt is verplicht de Svb over alle feiten en omstandigheden, waarvan het redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, in te lichten. Als iemand deze verplichting niet nakomt, legt de Svb aan deze persoon een bestuurlijke boete op. De Svb moet de boete afstemmen op de mate van verwijtbaarheid. Als er geen sprake van opzet of grove schuld is, dan is 50% van het benadelingsbedrag het uitgangspunt bij het opleggen van de boete. Als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, dan is 25% van het benadelingsbedrag het uitgangspunt.
5. [naam eiser] heeft niet aan de Svb gemeld dat haar moeder met ingang van 17 december 2015 bij haar is ingetrokken. Dit had [naam eiser] wel moeten doen, omdat de inwoning een feit is waarvan het haar redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat deze van invloed kon zijn op haar recht op Anw-uitkering. [naam eiser] heeft haar inlichtingenplicht dus geschonden. De Svb moest aan haar daarom een boete opleggen. De rechtbank vindt dat de Svb terecht heeft geoordeeld dat er in het geval van [naam eiser] geen sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Van geen van de situaties zoals genoemd in artikel 2a, tweede lid, van het Boetebesluit socialezekerheidswetten (het Boetebesluit) is in dit geval sprake. De rechtbank ziet in het overlijden van de echtgenoot van [naam eiser] in 2013 en het feit dat zij tot 2016 een financieel adviseur had, onvoldoende reden om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen. Het feit dat [naam eiser] een financieel adviseur in de armen heeft genomen, doet er niet aan af dat de inlichtingenplicht blijft rusten op [naam eiser] zelf. Het (mogelijk onjuiste) handelen van de financieel adviseur blijft voor risico van [naam eiser] . Ook het overlijden van de echtgenoot van [naam eiser] is niet een zodanige omstandigheid, dat de schending van de inlichtingenplicht haar minder kan worden verweten. De Svb heeft daarom terecht een boete van € 948,54 opgelegd.
6. Het beroep van [naam eiser] is ongegrond. Dat betekent dat zij geen gelijk krijgt en de opgelegde boete aan de Svb moet betalen.
7. De rechtbank ziet geen aanleiding om de Svb het door [naam eiser] betaalde griffierecht of de gemaakte proceskosten aan haar te laten vergoeden.