ECLI:NL:RBAMS:2018:5277
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verzoek schadevergoeding wegens onterechte inverzekeringstelling afgewezen voor gederfde inkomsten
Verzoeker is op 19 april 2017 aangehouden en in verzekering gesteld tot 20 april 2017. De strafzaak tegen hem is op 15 februari 2018 geseponeerd omdat hij ten onrechte als verdachte was aangemerkt. Verzoeker vordert een vergoeding van € 6.660,00, bestaande uit € 105,00 voor de dag inverzekeringstelling en € 6.450,00 voor gederfde inkomsten wegens het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op een standaardvergoeding van € 105,00 voor de dag inverzekeringstelling, conform artikel 89 Sv Pro. Echter, de gevraagde schadevergoeding voor gederfde inkomsten wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze schade niet het gevolg is van de ondergane verzekering. Daarnaast kent de rechtbank een vergoeding van € 550,00 toe voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift op grond van artikel 591a Sv.
De beslissing is op 12 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door rechter M.F. Ferdinandusse. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen een maand na betekening.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt vergoeding voor één dag inverzekeringstelling en proceskosten, maar schadevergoeding voor gederfde inkomsten wordt niet-ontvankelijk verklaard.