ECLI:NL:RBAMS:2018:5279
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na onterechte inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis
Verzoeker werd op 16 april 2008 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van diefstal gevolgd door geweld, waarna voorlopige hechtenis werd bevolen. Hij werd door de politierechter veroordeeld, maar het Hof verklaarde de dagvaarding nietig vanwege een incompleet dossier. De zaak werd uiteindelijk onherroepelijk beëindigd zonder straf na een verzoek ex artikel 36 Sv Pro.
Verzoeker vorderde een schadevergoeding van €8.320 voor de onterechte vrijheidsberoving en een hogere dagvergoeding wegens psychische problemen, alsmede €550 voor proceskosten. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen de vergoeding en stelde dat verzoeker al in 2012 op de hoogte was van het sepot.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet tijdig op de hoogte was en dat het verzoek tijdig was ingediend. Gezien het ontbreken van bewijs dat verzoeker psychische schade had opgelopen, wees de rechtbank de hogere dagvergoeding af. De standaardvergoeding werd toegekend: €105 per dag in verzekeringstelling en €80 per dag voorlopige hechtenis, totaal €4.960, plus €550 proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €4.960 en een proceskostenvergoeding van €550 toe aan verzoeker.