Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager].
Rechtbank Amsterdam
Klager wordt verdacht van rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 575 µg/l, ruim boven de toegestane 88 µg/l voor beginnend bestuurders. Op 1 april 2018 reed hij in Uithoorn tegen een lantaarnpaal nadat hij een bocht niet had genomen. De politie nam zijn rijbewijs in en de officier van justitie besloot tot een inhouding van zes maanden.
Klager diende een klacht in tegen deze inhouding, stellende dat hij zijn rijbewijs dringend nodig had voor werk. De rechtbank hield een openbare raadkamerzitting en beoordeelde of de inhouding rechtmatig was, waarbij zij keek naar het gevaar voor herhaling en de te verwachten straf.
Hoewel het alcoholpromillage hoog was en de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en LOVS een onvoorwaardelijke ontzegging van zes maanden voorschrijven, achtte de rechtbank gelet op persoonlijke omstandigheden aannemelijk dat een ontzegging korter dan de inhoudingsduur zal worden opgelegd. Daarom werd de klacht gegrond verklaard en werd de teruggave van het rijbewijs gelast.
De strafzaak zelf zal op 27 juni 2018 worden behandeld, waarbij de uiteindelijke schuldvraag en strafoplegging aan de orde komen. De beslissing laat de mogelijkheid open dat alsnog een langere ontzegging kan worden opgelegd dan de duur van de inhouding.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager ondanks het rijden onder invloed.