Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
Op 17 maart 2018 is het rijbewijs van klager ingevorderd wegens een ademalcoholgehalte van 625 µg/l, wat een verdenking van rijden onder invloed oplevert. De officier van justitie besloot het rijbewijs tot 15 juli 2018 in te houden. Klager diende een klaagschrift in om teruggave van zijn rijbewijs te verkrijgen, stellende dat hij het dringend nodig heeft voor zijn werk.
De rechtbank overwoog dat het vermoeden van een te hoog alcoholgehalte rechtvaardigt dat het rijbewijs wordt ingevorderd. Echter, gelet op de richtlijnen van het Landelijk Overleg Verkeershandhaving en Strafrecht (LOVS) en het feit dat klager geen recente recidive heeft, is een voorwaardelijke ontzegging van zes maanden te verwachten. Dit betekent dat de duur van de inhouding van het rijbewijs langer is dan de mogelijke straf.
Daarom weegt het persoonlijke belang van klager, waaronder het belang bij het uitoefenen van zijn werk, zwaarder dan het algemene belang bij verdere inhouding. De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en beveelt de teruggave van het rijbewijs.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt teruggegeven aan klager.