Eiseres, woonachtig in de Verenigde Staten, vroeg een reguliere overbruggingsuitkering AOW aan, maar haar aanvraag werd door de Sociale Verzekeringsbank afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde dat zij op de peildatum een VUT-uitkering of vergelijkbare uitkering moest ontvangen.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege haar ernstige ziekte en financiële situatie op ethische en humane gronden recht had op de uitkering en stelde dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van in Nederland wonenden. De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd was om te oordelen over de gevolgen van de AOW-leeftijdsverhoging en dat de Tijdelijke Regeling overbruggingsuitkering geen hardheidsclausule bevat.
De rechtbank stelde vast dat de voorwaarde van het ontvangen van prepensioen voor alle aanvragers geldt, ongeacht woonplaats, en dat eiseres hier niet aan voldeed. De rechtbank wees het beroep af en benadrukte dat eiseres mogelijk in aanmerking kan komen voor een overbruggingsuitkering extra in een latere periode. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.