Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het proces-verbaal van behandeling van de gerechtelijke rangregeling van 14 maart 2017 tot verwijzing van het geding naar de terechtzitting van de rechtbank op grond van artikel 552 jo Pro. 486 Rv;
- de conclusie van eis tot verificatie van de Staat;
- de conclusie van antwoord tot verificatie, tevens eis in reconventie van [verweerster] ;
- het tussenvonnis van 18 oktober 2017, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de conclusie van antwoord in reconventie van de Staat;
- het proces-verbaal van comparitie van 7 februari 2018.
2.De feiten
Ter uitvoering van voormelde overeenkomst en tot meerdere zekerheid voor de terugbetaling van al hetgeen de hypotheekgever aan de hypotheekhouder nu of te eniger tijd mocht blijken verschuldigd te zijn uit hoofde van verleende of nog te verlenen kredieten, verstrekte of nog te verstrekken geldleningen, dan wel uit welken anderen hoofde ook, tot […] een totaalbedrag van twee miljoen eenhonderdduizend gulden”.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling in conventie
vennootschappenvan [eigenaar] (welk doel dan ruim negen jaar later door middel van een één alinea tellende hoofdelijkheidsverklaring zou zijn vastgelegd), kan die bedoeling niet uit de tekst van de hypotheekakte worden afgeleid. De enkele bewering van [verweerster] van die partijbedoeling ten tijde van het vestigen van het Hypotheekrecht is dan ook onvoldoende.
tussen partijendwingende bewijskracht hebben. Tegenover derden levert de notariële akte over de partijverklaringen geen dwingend bewijs op. Dat de schulden van [eigenaar] op dat moment ten minste € 4.000.000 bedroegen, zoals partijen tegenover de notaris hebben verklaard, staat dus in de verhouding tegenover derden geenszins vast.
- kosten gemaakt voor de veiling van de Woning van € 25.382,11;
- diverse posten in 2015 van in totaal € 32.190;
- diverse posten in 2016 van in totaal € 213.550;
- rente over deze leningen uit 2015 en 2016, op grond van de overgelegde schriftelijke overeenkomst van 22 november 2015, begroot op € 6.500 (zie alinea 2.13 van dit vonnis).
5.De beoordeling in reconventie
6.De proceskosten in conventie en in reconventie
1.356,00(3,0 punten × tarief € 452,00)