ECLI:NL:RBAMS:2018:5903
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen openbaarmaking schorsing advocaat op NOvA-lijst
Verzoeker, een voormalig advocaat die geschorst is geweest, verzocht de NOvA om verwijdering van zijn gegevens van de openbare lijst van geschorste advocaten en om ontkoppeling van zoekmachines. De NOvA weigerde dit op grond van artikel 8b van de Advocatenwet en de AVG. Verzoeker stelde dat de publicatie zonder tijdsbeperking in strijd is met zijn privacyrechten en dat de koppeling met zoekmachines onterecht is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van 15 juni 2018 van de NOvA als primair besluit moet worden gekwalificeerd en dat de dagvaarding van verzoeker niet als zienswijze kan worden aangemerkt. De rechter zag geen aanleiding voor een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over de principiële vragen rond de AVG en de duur van publicatie, omdat deze beter in de bezwaarprocedure kunnen worden behandeld.
Bij de belangenafweging weegt het belang van de NOvA bij transparantie en het informeren van rechtzoekenden zwaarder dan het belang van verzoeker bij verwijdering van de koppeling met zoekmachines. De vindbaarheid van de lijst heeft een preventieve en zuiverende werking binnen de advocatuur. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot verwijdering van de koppeling tussen verzoeker en de lijst van geschorste advocaten is afgewezen.