Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs in 13Baudette
feit 1) kan worden bewezen op grond van de volgende omstandigheden. In het onderzoek 13Baudette zijn in de periode van 20 april 2017 tot en met 1 juni 2017 een groot aantal OVC-gesprekken opgenomen in een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] , de auto van [verdachte] . De start van de voorbereidingshandelingen heeft zich echter daarvoor, kennelijk buiten het zicht van de politie, afgespeeld. De relevante gesprekken zijn – voor zover die in de Surinaamse taal, het Sranan, zijn gevoerd – door vier verschillende tolken uitgewerkt. In de OVC-gesprekken is te horen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 1] spraken over ‘timeren’ en de ‘Caddy’. Zij spreken daarbij over een gezamenlijk doel. In een gesprek met [medeverdachte 2] en [naam 1] sprak [medeverdachte 1] over ‘de schutters’ (sessienummer 56). Alle onderzoeksresultaten tezamen wijzen op een gezamenlijk doel van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 2] : het voorbereiden van een liquidatie. Uit de OVC-gesprekken blijkt vervolgens dat elke verdachte met hetzelfde criminele doel handelde. Het beoogde doelwit was [beoogd doelwit] . Hij is in 2012 al eens beschoten en heeft verklaard dat hij op de straat heeft gehoord dat hij op de lijst van [naam 2] staat, en grote speler in de Amsterdamse onderwereldvete.
feit 1). Zij reed elf keer door de [adres 1] en zette [medeverdachte 1] zes keer af in die omgeving. Zij voerde intensieve gesprekken met [medeverdachte 1] over de uitvoering van de liquidatie en bracht samen met [medeverdachte 1] de bewegingen van het doelwit in beeld. Ook haalde zij [medeverdachte 3] 9 tot 10 keer op in Amsterdam en zette zij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] af bij de gestolen BMW. In haar schuur zijn een flesje met ammoniak en met benzine gevonden en op het wapen van [medeverdachte 1] zijn op diverse plaatsen sporen van [verdachte] gevonden. Gezien die laatste omstandigheid kan worden bewezen dat zij het vuurwapen voorhanden had (
feit 2). Op basis van de genoemde omstandigheden kan ook worden bewezen dat [verdachte] wist dat de voertuigen van diefstal afkomstig waren toen zij deze – via de medeplegen constructie – voorhanden had (
feit 3).
encryptedtelefoon en uit het dossier is niet gebleken dat zij wist dat de medeverdachten wel een dergelijke telefoon hadden en met welke reden zij die gebruikten. Op het wapen van [medeverdachte 1] is een prominente hoeveelheid DNA van [verdachte] terechtgekomen doordat [medeverdachte 1] delen van haar naakte lichaam had aangeraakt voordat hij het wapen in elkaar zette. [verdachte] wist niet dat [medeverdachte 1] een wapen had. Dit is, zo volgt uit het DNA-onderzoek, minst genomen aannemelijk. De resultaten uit het aangetroffen DNA van [verdachte] zijn verwaarloosbaar en discrimineren niet tussen een schuldig of onschuldig scenario. De bewijswaarde van het aangetroffen DNA is zeer laag.
Je moet verder nadenken toch. Stel ze hebben kenteken gezien van verdachte. Oke ze hebben geen gezichten gezien maar gewoon snap je. Maar ze gaan kijken ntv oh dus ik moet tanken ooh. Deze twee lijken op die schutter. Ze hebben geen camera’s hier”.
:de Volkswagen Caddy). Om 20.02 uur voerden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 1] rijdend in de Polo naar de Volkswagen Caddy toe het volgende gesprek:
Als je dingen/spullen in je huis heb, haal het nu nu weg, politie heeft die jongen van jou aangehouden”.
Misschien is die auto daar rechts?
Ik ga straks lopen toch.
Moet ik terug komen?
Ik ga je melden als het koud is toch. Als het niet koud is ga ik gewoon zitten.
(scheldt uit)
Hij zet het ergens of hij heeft een andere auto
Nee dan weet ik het direct
29 mei 2017tussen 23.31.11 uur en 23.31.13 uur twee personen, een negroïde en een blanke man, vanuit de steeg de [adres 1] inliepen. De blanke man werd herkend als [medeverdachte 3] . Om 23.34 uur stapten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de BMW en verplaatsten deze naar de Jan Campertstraat. Om 23.42 uur bevonden [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zich in de Polo die in de Herman Gorterweg geparkeerd stond. [medeverdachte 1] en [verdachte] brachten [medeverdachte 3] terug naar de Borneolaan.
Ik ga naar die tunnel toch, kan niet alles in de auto bespreken toch. Ik ga hem halen en praten”. Hierna stapte [medeverdachte 1] uit en sprak met [medeverdachte 3] buiten de auto.
We gaan in Almere buiten zitten, daar is een café toch en die tijd doorbrengen totdat het een beetje donker is”. [verdachte] zegt dan: “
Als die witte er niet is dan kan je in zijn kamp gaan, niemand is daar”. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] reden in de Polo naar het tankstation op de Dukdalfweg. Daar zei [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 1] : “
Hier pak handschoentje, ik ga je nog eentje geven wacht, hiero…nog eentje, dan is hier de flesje”. Na het tanken reden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] terug naar de Augustusstraat. Bij het parkeren gaf [medeverdachte 3] aan dat [medeverdachte 1] het tasje moest meenemen.
op 31 mei 2017,kwam een persoon met de fiets via de J.J. Slauerhoffstraat door een steeg naar de woning op het adres [adres 1] [huisnummer] en is daar naar binnen gegaan. Enkele seconden later maakte de gestolen BMW een rondje maakte door onder andere de [adres 1] en werd in die straat geparkeerd. Om 02.31 uur werd de gestolen BMW in de Meistraat, nabij de woning van [medeverdachte 1] en [verdachte] geparkeerd.
Ma pang pang, hij staat in de rij”. Rond 21.20 uur reden zij naar de Borneolaan in Amsterdam en haalden [medeverdachte 3] daar weer op. [medeverdachte 1] belde [medeverdachte 2] en het volgende gesprek vond plaats:
hij staat in de rij” en vroeg hij [medeverdachte 2] diezelfde dag of hij daar wilde kijken naar ‘
die kleine, net als die van mij’ waarmee hij kennelijk het voertuig van [beoogd doelwit] bedoelde, dat net als het voertuig van [medeverdachte 1] en [verdachte] een Volkswagen Polo was. De rechtbank concludeert hieruit dat [beoogd doelwit] het beoogde doelwit van [medeverdachte 1] was.
encryptedtelefoons genoemd, die tijdens de aanhouding van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] bij hen zijn aangetroffen. Door deze telefoons verzonden versleutelde berichten zijn voor politie en justitie moeilijk te onderscheppen, zodat deze goed gebruikt kunnen worden om er vertrouwelijk mee te communiceren over het plegen van strafbare feiten.
bestemd waren tot het begaan vandatmisdrijf” moeten naar het oordeel van de rechtbank ook de contouren van het (feitelijk) te plegen misdrijf blijken.
Je moet verder nadenken toch. Stel ze hebben kenteken gezien van verdachte. Oke ze hebben geen gezichten gezien maar gewoon snap je. Maar ze gaan kijken ntv oh dus ik moet tanken ooh. Deze twee lijken op die schutter”.
Ik ga straks lopen toch. Ik ga je melden als het koud is toch. Als het niet koud is ga ik gewoon zitten”. Op 23 mei 2017 zette [verdachte] [medeverdachte 1] af in de omgeving van de [adres 1] . Hierna werd [verdachte] gebeld door haar neef met de vraag of zij hem kon ophalen. [verdachte] gaf aan dat zij dit niet wist, omdat ze nu met [medeverdachte 1] bezig was. In het daarop volgende gesprek met [medeverdachte 1] zei [medeverdachte 1] “
Ik ben hier gewoon dan moet hij even twee uurtjes wachten”. [verdachte] zei daarop dat zij hem zou zeggen dat ze hem straks zouden komen halen. Op 30 mei 2017 zette [verdachte] [medeverdachte 1] af in de Hans Lodeizenstraat, waarna [medeverdachte 1] de [adres 1] inliep. Acht minuten later stapte hij in de Volkswagen Polo.
Misschien is die auto daar rechts” en “
Hij zet het ergens of hij heeft een andere auto”. Duidelijk is dat zij [medeverdachte 1] hielp zoeken naar een auto.
we moeten een snorfiets hebben”. Vervolgens zei [medeverdachte 1] “
Ik neem het geld voor drie mensen. Een 50”. [verdachte] heeft over dit gesprek verklaard dat [medeverdachte 1] hier heeft gezegd dat als hij moe is hij zijn fiets in het water gooit en dat [verdachte] om die reden tegen hem heeft gezegd dat we een snorfiets nodig hebben. Dit zou volgens [verdachte] dus helemaal niets te maken hebben met de eventuele vlucht na de liquidatie. De rechtbank acht deze uitleg die [verdachte] aan het gesprek geeft onaannemelijk. De rechtbank kan namelijk niet begrijpen waarom een persoon zijn fiets in het water zou gooien als hij moe is van het fietsen, terwijl die persoon zijn fiets ook simpelweg kan laten staan. Bovendien kan de rechtbank de opmerking van [medeverdachte 1] , dat hij dan het geld neemt voor drie mensen, in een dergelijk verband niet plaatsen. Terwijl in het geval [medeverdachte 1] en [verdachte] over de vlucht na een liquidatie praten het goed zou kunnen dat [medeverdachte 1] heeft bedoeld dat hij de liquidatie alleen wilde gaan doen en dat hij dan voor drie personen het geld kan ontvangen.
Weet je dat het achterlicht niet doet! Politie gaat je alleen stoppen als het donker is. Is een motoragent hoor”.
We gaan in Almere buiten zitten, daar is een café toch en die tijd doorbrengen totdat het een beetje donker is”. Daarop zei [verdachte] “
Als die witte er niet is dan kan je in zijn kamp gaan, niemand is daar”. Hieruit blijkt dat [verdachte] een actieve bijdrage leverde aan de plannen.
Ik heb die jongen weggebracht. Effe een andere auto ophalen”.
Als je dingen/spullen in je huis hebt, haal het nu weg, politie heeft die jongen van jou aangehouden. Haal nu alles eruit, nu nu”.
ma pang pang hij staat in de rij”. De rechtbank heeft hierover al overwogen dat dit ging over de auto van [beoogd doelwit] in de [adres 1] . Diezelfde avond reden [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] naar Rotterdam. Rond 21.20 uur reden zij naar de Borneolaan in Amsterdam en haalden [medeverdachte 3] daar weer op. [medeverdachte 1] belde [medeverdachte 2] en het volgende gesprek vond plaats:
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Vordering [beoogd doelwit]
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren.
[beoogd doelwit] niet-ontvankelijkin zijn vordering.