ECLI:NL:RBAMS:2018:6073
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afweging van belangen bij ontruiming van illegale caravans van een Romafamilie in Amsterdam
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 24 augustus 2018 uitspraak gedaan in een geschil tussen een Romafamilie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam. De familie, bestaande uit een echtpaar en hun meerderjarige kinderen, had drie caravans illegaal geparkeerd in Amsterdam. De gemeente had hen eerder een last onder bestuursdwang opgelegd en een preventieve last onder dwangsom ingesteld, omdat de standplaats niet voldeed aan de bestemmingsplannen en er sprake was van overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening (APV). De voorzieningenrechter moest beoordelen of er aanleiding was om een voorlopige voorziening te treffen, waarbij de belangen van de verzoekers en de gemeente tegen elkaar moesten worden afgewogen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen concreet zicht op legalisatie van de standplaats was en dat de gemeente bevoegd was om handhavend op te treden. De verzoekers hadden niet aangetoond dat zij inspanningen hadden verricht om een legale standplaats te vinden, ondanks dat zij al langere tijd in Amsterdam woonden. De voorzieningenrechter concludeerde dat de belangen van de gemeente bij handhaving zwaarder wogen dan de belangen van de verzoekers om met hun caravans te blijven staan. De voorzieningenrechter schorste echter de preventieve last onder dwangsom, omdat de motivering van de gemeente hiervoor niet voldoende was.
De uitspraak benadrukt de noodzaak voor de gemeente om een zorgplicht te vervullen voor woonwagenbewoners, maar ook de verantwoordelijkheid van de verzoekers om zelf een legale standplaats te zoeken. De voorzieningenrechter heeft de gemeente veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de verzoekers en het betaalde griffierecht.