ECLI:NL:RBAMS:2018:6206
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schijn van vooringenomenheid rechter in kort geding
Verzoekster kocht twee appartementen die gemeubileerd verhuurd waren. Er ontstond een geschil over de eigendom van roerende zaken in deze appartementen. Tijdens een kort geding stelde de voorzieningenrechter voor om de spullen te kopen of af te geven, wat de indruk wekte dat de rechter al een oordeel had gevormd over de eigendom.
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in omdat zij vreesde dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. De rechter had niet eerst het standpunt van verzoekster aangehoord en gebruikte termen als 'kopen' en 'afgeven', die impliceren dat de spullen aan de wederpartij toebehoren.
De wrakingskamer oordeelde dat het de rechter vrij staat te bemiddelen, maar dat hij behoedzaam moet zijn om niet de schijn van vooringenomenheid te wekken. Hier was die schijn objectief gerechtvaardigd omdat de rechter niet duidelijk maakte dat zijn bemiddelingsvoorstel geen voorlopig oordeel was.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en de rechter gewraakt. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt toegewezen wegens de schijn van vooringenomenheid.