Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiseres 1] ,
1.DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Rechtbank Amsterdam
Eiseressen, bestaande uit een natuurlijk persoon en vier besloten vennootschappen, vorderden in kort geding opschorting van stakingsbevelen opgelegd door de burgemeester van Amsterdam wegens vermeende onrechtmatigheid. De burgemeester had exploitatievergunningen voor horecazaken ingetrokken wegens slechte bedrijfsvoering en slecht levensgedrag. Na verkoop van de horecazaken aan een derde, [naam 4], stelde de burgemeester dat de vergunningen waren vervallen en legde stakingsbevelen op.
De bestuursrechter wees verzoeken tot voorlopige voorzieningen af en oordeelde dat eiseressen geen belanghebbenden waren bij de stakingsbevelen omdat hun vergunningen waren vervallen. Eiseressen stelden dat de civiele rechter bevoegd was om onrechtmatig handelen van de gemeente te beoordelen, maar de rechtbank stelde vast dat de bestuursrechter exclusief bevoegd is voor bestuursrechtelijke geschillen omtrent stakingsbevelen en vergunningen.
Daarnaast werd geoordeeld dat eiseressen niet-ontvankelijk waren in hun vorderingen tegen de burgemeester, omdat deze geen rechtspersoon is en dus niet als procespartij kan optreden. De vorderingen hadden uitsluitend tegen de gemeente Amsterdam gericht moeten worden. De rechtbank veroordeelde eiseressen in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiseressen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.