Eiseres, die sinds oktober 2016 door een vaatstoornis niet goed kan lopen en blijvende beperkingen heeft bij traplopen, vroeg een maatwerkvoorziening aan voor meerkosten verhuizing en inrichting op grond van de Wmo 2015. De gemeente Amsterdam kende haar een tegemoetkoming toe onder de voorwaarde dat de nieuwe woning volledig rolstoelgeschikt moest zijn.
Eiseres verhuisde naar een gelijkvloerse benedenwoning die door verhuurder Stadgenoot als volledig rolstoelgeschikt werd beschouwd, maar volgens een bouwkundige van de gemeente niet voldeed omdat het toilet niet rolstoeltoegankelijk was. De gemeente weigerde daarom de uitbetaling van de vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van de woning door de gemeente leidend is, niet de mening van de verhuurder. De woning was niet als volledig rolstoelgeschikt gelabeld door de gemeente, waardoor niet aan de uitbetalingsvoorwaarde was voldaan. Hoewel de situatie van eiseres begrijpelijk was, was professionele hulp beschikbaar en hoefde zij niet op stel en sprong te verhuizen.
Het feit dat eiseres geen rolstoelgeschikte woning kon bemachtigen, en haar subjectieve beleving van de woning als geschikt, waren onvoldoende om de weigering onrechtmatig te maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en geen proceskosten werden toegewezen.