In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van verrichte werkzaamheden als art director, styliste en casting director voor een reclamefilmpje van Bavaria. Tussen partijen was mondeling een overeenkomst tot stand gekomen met een werkbudget van €18.915. Eiseres heeft facturen gestuurd voor haar werkzaamheden, maar gedaagde weigerde betaling met het verweer dat het werk niet goed was uitgevoerd en het budget was overschreden.
De kantonrechter oordeelt dat het werkbudget als uitgangspunt geldt en dat eiseres dit niet heeft overschreden. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat de werkzaamheden zijn verricht en dat de facturen binnen het budget vielen. Ook het verweer dat het dagloon lager was dan gefactureerd wordt afgewezen, waarbij een correctie van €2.117,50 wordt toegepast.
De onkosten van eiseres zijn onderbouwd met bonnen die in bezit waren van een gemachtigde van gedaagde, en gedaagde heeft dit niet concreet betwist. De kantonrechter wijst daarom €7.222,74 inclusief btw toe, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf dagvaarding. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten toegekend tot het wettelijke maximum van €736,14. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en de nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.