Op 21 november 2017 werd verdachte aangehouden in de tuin van een woning te Diemen waar kort daarvoor een diefstal met braak had plaatsgevonden. Getuigen zagen drie personen met capuchons de tuin van de woning binnengaan en verlaten. Verdachte werd verstopt in een boom aangetroffen en vluchtte bij de komst van de politie. Er werd een sleutelbos uit de woning weggenomen, wat de voltooide diefstal bevestigt.
Verdachte ontkende betrokkenheid, maar gaf geen verklaring voor zijn aanwezigheid in de tuin. De rechtbank oordeelde dat de verdachte samen met anderen de diefstal had gepleegd, mede omdat zij allen in de woning waren geweest en bij de komst van de politie op de vlucht sloegen. Medeplegen werd bewezen verklaard.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 2 voorwaardelijk. De verdediging vroeg om een voorwaardelijke straf met taakstraf. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 92 dagen op, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 180 uur. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder reclasseringstoezicht en medewerking aan diagnostiek en begeleiding.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer (een 91-jarige man op vakantie), en de recidive van verdachte. De rechtbank vond het niet wenselijk dat verdachte in het gevangeniswezen zou belanden, mede vanwege positieve ontwikkelingen en naleving van eerdere schorsingsvoorwaarden.