ECLI:NL:RBAMS:2018:6618
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs corrumperen minderjarige en schennis van de eerbaarheid
Verdachte werd beschuldigd van het corrumperen van een meisje jonger dan zestien jaar en schennis van de eerbaarheid door zich af te trekken in zijn auto nabij een druk fietspad in Amsterdam tussen februari en mei 2017.
De tenlastelegging was primair gericht op corrumpering en subsidiair op schennis van de eerbaarheid. De zaak berustte voornamelijk op de verklaring van het meisje en een aanvullende verklaring van haar moeder.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het meisje betrouwbaar was, maar dat deze onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen omdat de wet vereist dat er meer dan één onafhankelijk bewijsmiddel moet zijn. De verklaring van de moeder was een verklaring van horen zeggen en bood geen voldoende aanvullend bewijs. Ander bewijs, zoals technische sporen, ontbrak.
Op basis hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.