Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
nietin de mogelijkheden. De rechtbank heeft nu eenmaal te maken met logistiek die het niet zomaar mogelijk maakt om een zaak van deze omvang, na tegenslag, op een kortere termijn te behandelen dan in dit geval is gedaan. Ook merkt de rechtbank op, waar de verdediging stelt dat de zaak al eerder dan december 2017 inhoudelijk behandeld had kunnen worden omdat het onderzoek al gereed zou zijn geweest, dat naar de identiteit van twee verdachten nog onderzoek moest worden gedaan. De rechtbank wil vanzelfsprekend graag weten
wieer terecht staan, zodat mogelijk over de achtergrond van die personen iets bekend kan worden. Pas in november 2017 werd informatie omtrent die identiteiten bekend. De verdediging van deze verdachten heeft er voor die tijd niet voor gekozen zelf informatie omtrent hun werkelijke identiteit te verschaffen, hetgeen de zaak aanzienlijk had kunnen bespoedigen. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel er inderdaad tegenslag is geweest, niet kan worden gezegd dat de zaak niet voortvarend is behandeld of dat de redelijke termijn van berechting is overschreden. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (zegge: vier) jaren.