ECLI:NL:RBAMS:2018:6700

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
20 september 2018
Zaaknummer
AWB - 18/5501
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening urgentieverklaring niet-ontvankelijk verklaard

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser via zijn gemachtigde een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Het verzoek betrof de afwijzing van een aanvraag voor een urgentieverklaring. De voorzieningenrechter constateerde dat het verzoekschrift niet voldeed aan de wettelijke vereisten, omdat geen bezwaar- of beroepschrift was overgelegd en ook geen gronden of spoedeisend belang waren onderbouwd.

De gemachtigde van eiser werd door de griffier schriftelijk verzocht om binnen een week de ontbrekende stukken en onderbouwing aan te leveren. Deze stukken zijn echter niet ontvangen. De verklaring dat het procesdossier van verweerder nog niet was ontvangen, werd niet als verschoonbaar verzuim aangemerkt, aangezien het verzoekschrift zonder kennis van de relevante stukken was ingediend.

Op grond van artikel 6:6 en Pro 8:81 Awb en de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om zonder zitting uitspraak te doen bij kennelijke niet-ontvankelijkheid, werd het verzoek afgewezen. Er was onvoldoende duidelijkheid over het bestaan van een bezwaarprocedure en het spoedeisend belang, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht werd niet toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bezwaar, gronden en spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18/5501

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 september 2018 in de zaak tussen

[eiser] ,
(gemachtigde: mr. R.J. Hoogeveen),
en
het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, voor zover van belang, het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard worden indien niet is voldaan aan enig bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, voor zover van belang, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Op grond van het vierde lid, geldt artikel 6:6 van Pro de Awb ook bij een verzoek om een voorlopige voorziening en moet de indiener van het verzoekschrift een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift overleggen.
3. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter zonder behandeling ter zitting uitspraak doen, onder meer indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding van deze bevoegdheid gebruik te maken.
4. De gemachtigde van [eiser] heeft op 7 september 2018 gevraagd om een voorlopige voorziening omdat de aanvraag van [eiser] om een urgentieverklaring zou zijn afgewezen. In het verzoekschrift schrijft de gemachtigde dat [eiser] zelf bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit van verweerder waarbij de aanvraag om een urgentieverklaring is afgewezen. De gemachtigde heeft enkel een verzoekschrift aan de voorzieningenrechter verzonden.
5. De griffier heeft de gemachtigde met de brief van 10 september 2018 bericht dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld en de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om binnen een week na de datum van verzending
- de gronden van het verzoek mee te delen;
- het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening te onderbouwen;
- een kopie toe te sturen van het besluit;
- een kopie toe te sturen van het bezwaarschrift.
6. De voorzieningenrechter heeft tot op heden de gevraagde stukken niet ontvangen, terwijl de termijn daarvoor reeds verstreken is. De reactie van de gemachtigde van [eiser] van 19 september 2018 dat het procesdossier van verweerder nog niet is ontvangen en daarom geen kopieën van de gevraagde stukken kan worden verstrekt is geen reden op grond waarvan dit verzuim verschoonbaar kan worden geacht. De gemachtigde immers heeft zonder kennis te nemen van de meest relevante stukken een verzoekschrift ingediend. De voorzieningenrechter zal daarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaren, omdat niet duidelijk is of er sprake is van een bezwaarprocedure en wat het spoedeisend belang is en omdat het verzoek geen gronden bevat.
7. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen, griffier. De beslissing is bekend gemaakt door verzending op de hieronder genoemde datum.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.