ECLI:NL:RBAMS:2018:6806
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer vanwege vermeende vooringenomenheid in de procedure rond de vertaling en beoordeling van afgeluisterde OVC-gesprekken in een strafzaak waarin zij verdachte is. Zij stelde dat de rechtbank haar niet de mogelijkheid gaf adequaat verweer te voeren, onder meer door het afwijzen van verzoeken om extra tolken in te schakelen en om de gesprekken ter zitting af te spelen.
De rechtbank had eerder besloten dat een vierde tolk de gesprekken zou uitwerken, maar wees verdere verzoeken af vanwege tijdsaspecten en twijfels over de toegevoegde waarde van extra tolken. Verzoekster betoogde dat deze beslissingen onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd waren en dat de rechtbank daardoor vooringenomen zou zijn.
De wrakingskamer heeft de processtukken bestudeerd, waaronder de zittingen van 25 april, 17 en 18 juli 2018, en de reacties van de rechters en het Openbaar Ministerie. De kamer oordeelde dat wraking niet kan dienen als middel tegen onwelgevallige of juiste beslissingen en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de rechters onpartijdigheid hebben geschonden.
De wrakingskamer concludeerde dat de genomen beslissingen begrijpelijk en voldoende gemotiveerd zijn en dat de verdediging nog alle gelegenheid heeft om de inhoud van de gesprekken te betwisten tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve gronden voor vooringenomenheid.