In deze zaak stond centraal of ING een geldig pandrecht had gevestigd op het auteursrecht van software ontwikkeld door CompLions. ING stelde dat het pandrecht was gevestigd op alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva, waaronder ook het auteursrecht viel. De curator betwistte dit en stelde dat de omschrijving in de pandakte onvoldoende bepaald was.
De rechtbank overwoog dat het begrip 'goederen' te algemeen is en ook zaken omvat waarop geen pandrecht gevestigd kan worden, zoals registergoederen. Een omschrijving als 'alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva' is daarom onvoldoende bepaalbaar. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat een generieke omschrijving van vorderingen wel toereikend kan zijn, maar dit geldt niet voor alle goederen, zeker niet voor immateriële activa zoals auteursrechten die niet op de balans staan.
De rechtbank concludeerde dat het pandrecht van ING niet rechtsgeldig is gevestigd op de auteursrechten van de software. Daarom komt de verkoopopbrengst van EUR 155.000 niet aan ING toe. ING werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. De vordering van ING in reconventie werd afgewezen.