De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de procureur des Konings Antwerpen. De zaak kende meerdere zittingen tussen juni en september 2018, waarbij de rechtbank zich onder meer boog over de detentieomstandigheden in België vanwege stakingen in gevangenissen.
Na een eerste zitting op 14 juni 2018 en een tussenuitspraak op 28 juni 2018, waarin de rechtbank zich beriep op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het arrest Aranyosi en Căldăraru, werd het onderzoek heropend om de impact van stakingen op de detentieomstandigheden te beoordelen. Ondanks het beëindigen van de stakingen op 10 juli 2018, bleef de situatie zorgwekkend vanwege lopende onderhandelingen en het risico op nieuwe stakingen.
De rechtbank verlengde de beslistermijn en schorste het onderzoek tijdelijk. Op 13 september 2018 vond een nieuwe zitting plaats waarbij de rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, er garanties zijn gegeven omtrent detentieomstandigheden, en er geen weigeringsgronden zijn. De overlevering werd daarom toegestaan.
De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De rechtbank verwees naar relevante wetsartikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Overleveringswet.