Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2018 in de zaak tussen
[eiseres] te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
ofhet dient te worden verdubbeld vanwege recidive. De combinatie hiervan leidt volgens eiseres tot een onevenredig hoge boete.
énop grond van de regel die geldt bij recidive.
“Dat betekent dat de boete verhoogd kan worden op grond van artikel 2, sub a, van deze beleidsregel én op grond van de regel die geldt bij recidive“. [1] Desgevraagd heeft verweerder ter zitting toegelicht wat er wordt bedoeld met de geciteerde zinsnede. Volgens verweerder is ‘de regel’ een verwijzing naar de recidiveregeling van artikel 19d, tweede lid, van de Wav. De rechtbank leest, anders dan verweerder, in deze zinsnede niet dat cumulatie moet plaatsvinden van de verhoging op grond van artikel 2, sub a, van het beleid en de verhoging op grond van artikel 19d, tweede lid, van de wet. De verhoging (100%) op grond van 19d, tweede lid, van de wet is aan de orde bij een onherroepelijke boete wegens een eerdere overtreding. De verhoging op grond van artikel 2, onder a, van het beleid is daarentegen aan de orde indien de eerdere boete nog niet onherroepelijk is geworden. Dit volgt uit de vermelding in de toelichting:
“Het gaat daarbij om de situatie dat de overtreding door een inspecteur is geconstateerd en aan de overtreder bekend is gemaakt, maar nog geen sprake is van een onherroepelijke boete”. De rechtbank leest in de door verweerder aangehaalde passage in de toelichting geen cumulatie van verhoging wegens recidive, maar dat in aanvulling op de wettelijke verhoging na een onherroepelijke boete een verhoging van 50% wordt opgelegd als de eerdere boete nog niet onherroepelijk is geworden. Volgens de toelichting is ook in het laatste geval een verhoging van de boete (met 50%) gerechtvaardigd
“omdat de overtreder al eerder in aanraking is gekomen met de Wav en dus maatregelen had kunnen treffen om een nieuwe overtreding te voorkomen”. In de lezing van de rechtbank gaat het dus om verhoging in verschillende situaties: de eerder opgelegde boete is al onherroepelijk (100% verhoging op grond van de wet) en de eerder opgelegde boete is nog niet onherroepelijk (50% verhoging op grond van het beleid). Voorts is de rechtbank van oordeel dat het onredelijk is om op grond van de omstandigheid recidive de boete twee maal te verhogen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat aan eiseres een boete wordt opgelegde van € 12.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden.