Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
-netto per maand (bijlage 1).
3.De beslissing
pro formaaan tot
12 november 2018, waarbij partijen de rechtbank moeten informeren als bepaald in rechtsoverweging 2.5.12. en 2.5.13;
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam sprak op 10 oktober 2018 de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd in Groot-Brittannië in 2011. De man krijgt het recht om zes maanden na inschrijving van de echtscheiding in de woning te blijven wonen tegen een gebruiksvergoeding van de helft van de hypotheekrente en gebruikerslasten. De vrouw is verplicht partneralimentatie te betalen, die vanaf inschrijving loopt tot eind 2019 op €5.311,- per maand, daarna afbouwt tot nihil in 2022.
De rechtbank beoordeelde de behoefte van de man en zijn draagkracht, waarbij rekening werd gehouden met zijn psychische klachten en inspanningen voor werk. De vrouw heeft onvoldoende draagkracht om de volledige behoefte te dekken. De rechtbank bepaalde dat de man binnen afzienbare tijd in eigen levensonderhoud kan voorzien.
De afwikkeling van het huwelijksvermogen vindt plaats volgens het Duitse recht van Zugewinngemeinschaft. De woning wordt aan de man toegewezen onder voorwaarde van ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid, anders wordt deze verkocht. De verdeling van de opbrengst van de verkoop van een woning op Ibiza en de Spaanse bankrekening wordt aangehouden voor nadere stukken. Pensioenverevening wordt toegewezen, waarbij de vrouw binnen één maand gegevens moet verstrekken.
De rechtbank wees verzoeken tot terugbetaling van kosten huishouding en vergoedingsrechten af wegens onvoldoende onderbouwing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken; partneralimentatie vastgesteld met afbouw; woninggebruik geregeld; huwelijksvermogen volgens Duits recht afgewikkeld.