Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[de huurder],
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE WONING AAN [adres gehuurde],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Amsterdam
Eigen Haard vordert ontruiming van een woning die door [de huurder] wordt gehuurd, wegens vermoedens van woonfraude, waaronder onderverhuur en het niet als hoofdverblijf gebruiken van de woning. De huurder ontkent de beschuldigingen en geeft toelichting op de bevindingen.
De rechtbank overweegt dat in kort geding ontruiming alleen kan worden toegewezen als aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering ook zal toewijzen en als van de verhuurder niet kan worden gevergd de bodemprocedure af te wachten. Eigen Haard heeft een uitgebreid onderzoek verricht, inclusief huisbezoeken en een rapport van een particulier recherchebureau, waaruit aanwijzingen voor woonfraude blijken.
De huurder heeft echter plausibele verklaringen gegeven die de onderzoeksresultaten kunnen verklaren, zoals het gebruik van de woning door familieleden en vrienden zonder betaling, en het bewaren van post voor derden. De rechtbank acht het bewijs onvoldoende om in kort geding ontruiming toe te wijzen en geeft het voordeel van de twijfel aan de huurder vanwege zijn zwaarwegende woonbelang.
De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en Eigen Haard wordt veroordeeld in de proceskosten. De kwestie dient in een bodemprocedure verder te worden onderzocht.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van woonfraude.