Op 19 september 2017 heeft verdachte samen met anderen ingebroken in een kapsalon in Amsterdam-Noord, waarbij geldbedragen, een papier en een spaarpot werden weggenomen. Verdachte heeft het feit bekend bij de rechter-commissaris.
De rechtbank acht het bewezen dat verdachte de inbraak heeft gepleegd, maar spreekt hem vrij van de diefstal van een motor/scooter en van medeplegen van opzetheling van scooters en kentekenplaten, omdat het bewijs daarvoor onvoldoende is.
Verdachte heeft een strafblad met eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten, waaronder bedrijfsinbraken. De rechtbank weegt mee dat de inbraak ’s nachts en in vereniging is gepleegd. Hoewel verdachte zich goed aan reclasseringscontacten houdt, is hij in strijd met schorsingsvoorwaarden niet verschenen op de zitting, waardoor de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en de straf geheel onvoorwaardelijk wordt opgelegd.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot 100 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en heft het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis op.