ECLI:NL:RBAMS:2018:7313
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A. Sipkens
- A.W.C.M. Emmerik
- H.E. Spruit
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplichtigheid invoer cocaïne wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid bij de invoer van circa 55,4 kilogram cocaïne in Nederland.
Uit het dossier bleek dat de cocaïne in een container was verborgen en dat verdachte op 8 januari 2018 met medeverdachte gereedschap had gekocht en aanwezig was bij de container. Camerabeelden, sms-berichten en telefonische contacten werden onderzocht. Verdachte verklaarde onwetend te zijn over de plannen en slechts als passagier te hebben gefungeerd.
De officier van justitie achtte medeplichtigheid bewezen, maar de rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen voor nauwe en bewuste samenwerking of wetenschap van verdachte over de cocaïne. Er werden geen dactyloscopische sporen van verdachte gevonden en zijn aanwezigheid bij de container was niet overtuigend als bewijs van medeplichtigheid.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair ten laste gelegde medeplegen als het subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid. De vrijspraak werd uitgesproken op 20 juni 2018 door een meervoudige strafkamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplichtigheid en medeplegen aan invoer van cocaïne.