Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift, met producties,
- de tussenbeschikking van 21 juni 2018, waarbij een mondelinge behandeling is gelast,
- het verweerschrift,
2.De feiten
”
Rechtbank Amsterdam
Op 13 maart 2016 werd verzoekster als voetganger aangereden door een snorfiets bestuurd door de verzekerde van Unigarant. Het ongeval vond plaats toen verzoekster plotseling en zonder te kijken het fietspad overstak, waarop de snorfietsbestuurder haar verraste en een botsing ontstond. Verzoekster liep een breuk aan haar linker knie op en onderging een operatie, waarna een blijvende invaliditeit van 8% werd vastgesteld.
Unigarant erkende aansprakelijkheid op grond van artikel 185 WVW Pro maar wilde slechts 50% van de schade vergoeden. Verzoekster vorderde volledige vergoeding. De rechtbank oordeelde dat de snorfiets een motorrijtuig is en dat de verzekeraar in ieder geval 50% van de schade moet vergoeden vanwege het gevaar verbonden aan het motorrijtuig. De overige 50% hangt af van de mate van schuld van beide partijen.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster zonder te kijken overstak en daarmee het verkeer hinderde, terwijl de snorfietsbestuurder met aangepaste snelheid reed en niet kon anticiperen op het plots oversteken. Daarom droeg de voetganger meer dan de helft van de schuld. De billijkheid rechtvaardigt geen hogere vergoeding dan 50% voor Unigarant. Ook werden buitengerechtelijke kosten en deelgeschilkosten deels toegewezen, waarbij Unigarant verplicht werd 50% van deze kosten te vergoeden.
Uitkomst: Unigarant is voor 50% aansprakelijk en moet 50% van de schade en kosten vergoeden.