Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2018:7527

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 oktober 2018
Publicatiedatum
22 oktober 2018
Zaaknummer
13/751032-18
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens schending procesgaranties

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 oktober 2018 een verzoek tot overlevering van een Litouwse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Kaunas Regional Court. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 2 jaar en 10 maanden opgelegd na een veroordeling in hoger beroep.

Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat de verdachte niet aanwezig was bij de hoger beroepszitting in Litouwen, niet op de hoogte was gesteld van de zittingsdatum, en dat de aanwezige advocaat niet door hem was gemachtigd. Tevens was de uitspraak in hoger beroep niet aan hem betekend. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat de procesgaranties zoals vereist in artikel 12 OLW Pro niet waren gewaarborgd.

De rechtbank oordeelde dat de overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 12 OLW Pro, omdat de verdachte niet de mogelijkheid had gehad om zich adequaat te verdedigen in hoger beroep. De (geschorste) overleveringsdetentie werd opgeheven. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan Litouwen wegens schending van procesgaranties in hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751032-18
RK nummer: 18/4189
Datum uitspraak: 2 oktober 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 juni 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 november 2017 door
the Kaunas Regional Court(Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1989,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres:
[adres], [woonplaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 2 oktober 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak
moet doen met dertig dagen verlengd en vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van
artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis in eerste aanleg van 12 april 2016 van
the Kaunas District Court, met kenmerk: 1-280-825/2016 én een uitspraak in hoger beroep van 30 september 2016 van
the Kaunas Regional Court, met kenmerk: 1A-426-478/2016.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar en 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis .
De veroordeling betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 10 augustus 2018 volgt dat in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en aan hem een straf is opgelegd. Als de strafprocedure meer instanties heeft omvat en tot opeenvolgende beslissingen heeft geleid, moet alleen de laatste van die beslissingen aan artikel 12 OLW Pro getoetst worden [1] . Voor de toets van artikel 12 OLW Pro is de uitspraak in hoger beroep van 30 september 2016 van
the Kaunas Regional Court(1A-426-478/2016) dus relevant.
Uit het EAB en de aanvullende informatie (van 10, 14, 16, 20 en 24 augustus 2018) kan het volgende worden afgeleid. De opgeëiste persoon is niet aanwezig geweest bij de zitting in hoger beroep. Niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon de oproeping voor de behandeling in hoger beroep zelf heeft ontvangen, noch dat de opgeëiste persoon anderszins daadwerkelijk op de hoogte is gesteld van de datum en plaats van de terechtzitting [2] . De in hoger beroep aanwezige advocaat was niet door de opgeëiste persoon gemachtigd. De uitspraak in hoger beroep is niet aan de opgeëiste persoon betekend. De door de uitvaardigende justitiële autoriteit beschreven herzieningsprocedure in de brief van
24 augustus 2018, voldoet niet aan de garantie zoals bedoeld in artikel 12 onder Pro d OLW.
Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat zich geen van de omstandigheden van artikel 12 onder Pro a tot en met d OLW heeft voorgedaan, zodat de overlevering op grond van dit artikel moet worden geweigerd.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 12 OLW.

6.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Kaunas Regional Court(Litouwen).
HEFT OPde (geschorste) overleveringsdetentie.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. E.G. Fels en B. Poelert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 2 oktober 2018.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vergelijk: HvJ EU 10 augustus 2017, C-270/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:628 (Tupikas).
2.Vergelijk: HvJ EU 24 mei 2016, C-108/16 PPU, ECLI:EU:C:2016:346 (Dworzecki).