ECLI:NL:RBAMS:2018:7595
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenplicht
Verzoeker had eerder een bijstandsuitkering die werd beëindigd. Na een nieuwe aanvraag op 16 augustus 2018 vroeg het college om aanvullende inlichtingen, waaronder een overzicht van inkomsten en bankafschriften. Verzoeker gaf aan als marktkoopman ongeveer €500 per maand te verdienen, maar hield geen administratie bij.
Het college wees de aanvraag af omdat verzoeker onvolledige inlichtingen had verstrekt en omdat hij niet tot de doelgroep van bijstandsgerechtigden zou behoren, aangezien hij als zelfstandige werd beschouwd. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker waarschijnlijk niet als zelfstandige kan worden aangemerkt, omdat hij niet voldoet aan het urencriterium en zijn inkomsten onvoldoende zijn onderbouwd.
Daarnaast kon het college door de schending van de inlichtingenplicht het recht op bijstand niet vaststellen. Hoewel verweerder eerder onder vergelijkbare omstandigheden bijstand had verleend, is in een nieuwe aanvraag het aan verzoeker om zijn situatie aan te tonen. Verzoeker slaagde daar niet in. Daarom blijft het bestreden besluit naar verwachting in stand en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt afgewezen.