Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
[slachtoffer]vordert € 2.500,- aan immateriële schadevergoeding en € 968,95 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
€ 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat [slachtoffer] een verwijtbaar aandeel in de aanloop tot het bewezen verklaarde heeft gehad. Het verzoek om de vordering op deze grond te matigen wijst de rechtbank dan ook af.
€ 774,95aan materiële schade toe, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentievan
6 (zes) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
€ 3.274,95(drieduizend tweehonderd en vierenzeventig euro en vijfennegentig cent) (immaterieel € 2.500,-, materieel
€ 3.274,95(drieduizend tweehonderd en vierenzeventig euro en vijfennegentig cent) aan de Staat te betalen), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (1 november 2017) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door jeugddetentie van 30 dagen vervangen. De toepassing van die jeugddetentie heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.