De rechtbank Amsterdam heeft op 23 oktober 2018 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. De verdachte, geboren in 1991 en met de Nederlandse nationaliteit, werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een strafbaar feit volgens zowel Belgisch als Nederlands recht.
Tijdens de openbare zitting van 9 oktober 2018 werd de identiteit van de verdachte bevestigd en werd de procedure behandeld in aanwezigheid van de officier van justitie en de raadsman van de verdachte. De rechtbank verlengde de beslistermijn meerdere malen om de overleveringsprocedure zorgvuldig te kunnen afhandelen.
De rechtbank oordeelde dat de dubbele strafbaarheid niet onderzocht hoefde te worden omdat de feiten op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staan. De Belgische autoriteiten gaven de garantie dat, indien de verdachte in België onherroepelijk tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, zij deze straf in Nederland zal ondergaan. De rechtbank stelde vast dat aan deze garantie is voldaan en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn.
Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing werd genomen door voorzitter de Vries en rechters van Emmerik en van Dijk, in aanwezigheid van griffier Van Diepen.