De rechtbank Amsterdam heeft op 9 november 2018 uitspraak gedaan over de vordering tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen. De opgeëiste persoon werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en georganiseerde of gewapende overval, strafbare feiten volgens het Belgische recht.
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en de Nederlandse nationaliteit bevestigd. De strafbaarheid van de feiten is niet inhoudelijk getoetst vanwege de vermelding in bijlage 1 van de Overleveringswet, wat dubbele strafbaarheid impliceert. De Belgische autoriteiten hebben garanties gegeven dat, indien de opgeëiste persoon onvoorwaardelijk tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, deze straf in Nederland zal worden uitgezeten.
De rechtbank heeft de mogelijke weigeringsgrond wegens het plegen van de feiten op Nederlands grondgebied verworpen, aangezien geen aanwijzingen daarvoor waren. Ook is het risico op detentieomstandigheden in België die strijdig zijn met het Handvest van de grondrechten van de EU beoordeeld; de rechtbank concludeerde dat er geen reëel gevaar is dat stakingen de detentieomstandigheden onaanvaardbaar maken. De overlevering is daarom toegestaan en de uitspraak is onherroepelijk.