Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M.L.A. ter Veer, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. de Vries, naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde 1] (hierna [benadeelde 1] ) en [benadeelde 2] (hierna [benadeelde 2] ) en van wat [benadeelde 2] en zijn raadsman, mr. V. Groeneveld, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
– kort gezegd – verweten dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
3. Voorvragen
n elk geval een misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten minste acht jaren is gesteld”,te onbepaald en daarom nietig.
4.Waardering van het bewijs
(NB op p. 48 van het dossier staat : of ik stop die kalasnikov he sagbi, niet zo optieffen, stop die kalasnikov)
biggi hedegelijk kieren door zijn ede man, dat je dat weet
kent, kun je hem of haar sneller hérkennen. Volgens de rechtbank is dat wat hier aan de hand is en is daarom begrijpelijk dat verbalisanten verdachte hebben herkend, daar waar dat voor anderen moeilijker is. Als herkenningen zijn onderbouwd, zijn die herkenningen voor de rechtbank ook nog enigszins controleerbaar. Om die reden acht de rechtbank herkenningen die aan de genoemde voorwaarden voldoen, ook nu zij daar behoedzaam mee omgaat, betrouwbaar en van waarde voor het bewijs.
5.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
first offenderals het gaat om de Wet wapens en munitie.
8.Beslag
9.Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 2]
10.Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 1]
De rechtbank begrijpt dat [benadeelde 1] en zijn gezin na het feit tijdelijk ergens anders moesten wonen. Daardoor is [benadeelde 1] woongenot ontnomen en dat is schade die voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen. Welk bedrag daaraan gekoppeld zou moeten worden is een vraag die niet gemakkelijk kan worden beantwoord. In ieder geval kan niet zonder meer worden gezegd dat [medeverdachte 1] om die reden de huursom aan [benadeelde 1] zou moeten betalen. Beoordeling van deze schadepost zou zo veel tijd vergen dat het strafproces daardoor onevenredig zou worden belast. De rechtbank zal [benadeelde 1] daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering. [benadeelde 1] kan dit op een later moment aan de civiele rechter voorleggen.
De rechtbank begrijpt uit het dossier en uit de beschrijving van de gevolgen voor [medeverdachte 1] uit het schadevergoedingsformulier dat er bij [benadeelde 1] en zijn gezin een zeer onveilig gevoel is ontstaan na de poging tot woningoverval. Uit de vordering volgt niet dat [benadeelde 1] psychisch letsel heeft opgelopen en dit is wel vereist om in aanmerking te komen voor vergoeding van schade op basis van aantasting van de persoon op andere wijze in de zin van artikel 106 van Pro Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
gevangenisstrafvan
3 (drie) jaren.
benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijkin de vordering.
benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijkin de vordering.