Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het incidenteel vonnis van 14 februari 2018, met de daarin genoemde stukken,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 18 juli 2018 waarin ambtshalve een comparitie van partijen is bepaald en
- het proces-verbaal van comparitie van 1 oktober 2018 met de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
[gedaagde sub 2](…) [gedaagde sub 2] zal voortaan uw genetica partner en directe link zijn met [gedaagde sub 1] en [naam 2] genetica. (…)”
3.Het geschil
4.De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Doordat [eiseres sub 6] een aanzienlijke betalingsachterstand aan verschuldigde [naam 1] -fees heeft laten ontstaan, is zij tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de samenwerkings- en leveringsovereenkomst. Deze tekortkoming acht de rechtbank van voldoende gewicht om de ontbinding van deze overeenkomst te rechtvaardigen. Of [eiseres sub 6] , zoals gedaagden stellen en eiseressen betwisten, jegens [gedaagde sub 1] ook is tekortgeschoten door het overeengekomen exclusiviteitsbeding te schenden behoeft, nu de eerst aangevoerde grond al de ontbinding rechtvaardigt, geen nadere bespreking.
Daarmee is, gelet op het uitgangspunt dat [gedaagde sub 1] activiteiten mag verrichten die kunnen concurreren met die van [eiseres sub 6] , onduidelijk welke concrete norm, die beoogt [eiseres sub 6] te beschermen, door [gedaagde sub 1] is overtreden. Dit alles geldt temeer waar kan worden aangenomen dat [eiseres sub 6] jegens [gedaagde sub 1] tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen en [gedaagde sub 1] op grond van die tekortkoming de samenwerkings- en leveringsovereenkomst heeft ontbonden. Dit alles betekent dat de eerste drie verwijten (zie onder 4.11) niet leiden tot de conclusie dat [gedaagde sub 1] onrechtmatig jegens [eiseres sub 6] heeft gehandeld.
1.086,00(2 punten × tarief € 543,00)