ECLI:NL:RBAMS:2018:8238

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juli 2018
Publicatiedatum
20 november 2018
Zaaknummer
C/13/647049 / KG ZA 18-400 AB/TF
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis precisering begrip derden in civiele zaak over contactverbod

In deze civiele zaak verzochten gedaagden om verbetering van het vonnis van 14 juni 2018, waarin een contactverbod was uitgesproken tegen het benaderen van bepaalde derden genoemd in een brief van 7 oktober 2016. Het oorspronkelijke vonnis verbood gedaagden om gedurende twee jaar deze derden aan te schrijven of te benaderen.

Gedaagden stelden dat het verbod onterecht ook toezichthouders en de rechtbank Amsterdam omvatte, terwijl in het vonnis onder 4.7 was overwogen dat het indienen van tuchtrechtelijke klachten en procedures niet bij voorbaat misbruik van recht is. Eisers verzetten zich tegen het herstelverzoek.

De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van een kennelijke fout, omdat het verbod niet strookte met de overwegingen in het vonnis. Daarom werd het dictum hersteld door expliciet de toezichthouders en de rechtbank Amsterdam uit te zonderen van het verbod. Tevens werd bepaald dat deze verbetering op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen het herstelvonnis aan de griffie retourneren.

Uitkomst: Het contactverbod wordt hersteld door toezichthouders en de rechtbank Amsterdam uit te zonderen van het verbod.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/647049 / KG ZA 18-400 AB/TF
Vonnis in kort geding van 10 juli 2018
in de zaak van

1.[eiser bij dagvaarding van 16 mei 2018 sub 1] ,

2.
[eiser bij dagvaarding van 16 mei 2018 sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers bij dagvaarding van 16 mei 2018,
advocaten mrs. B.T. Craemer en N.J.P. Miltenburg te Amsterdam,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

2.
[gedaagde sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
in persoon verschenen.

1.Verzoek tot herstel

1.1.
In een e-mail van 27 juni 2018 hebben gedaagden verzocht om verbetering van het op 14 juni 2018 in deze zaak gewezen vonnis.
- In het dictum onder 5.1 van dat vonnis staat:
“verbiedt gedaagden ieder voor zich om gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis de in de brief van 7 oktober 2016 genoemde derden, aan te schrijven en/of anderszins te (laten) benaderen of te (laten) informeren over enig handelen of nalaten van Jan en daarbij bescheiden te verstrekken,”
- Onder 2.6 van het vonnis is de brief van 7 oktober 2016 geciteerd. Bij “de derden” staan onder 12 en 13 respectievelijk “alle toezichthouders waar dan ook die daar belang bij zouden kunnen hebben” en “de rechtbank Amsterdam”.
- Onder 4.7 van het vonnis staat over het gevorderde verbod tuchtrechtelijke klachten en procedures in te dienen het volgende:
“Dit verbod wordt afgewezen. Van eventueel nog door gedaagden in te dienen klachten kan niet bij voorbaat worden gezegd dat zij misbruik van recht opleveren. Misbruik van recht wordt niet snel aangenomen en niet valt uit te sluiten dat gedaagden ook terechte klachten indienen.”
Gedaagden vragen verbetering van het dictum onder 5.1, in die zin dat na derden worden toegevoegd, de woorden: daaronder te verstaan alle in de in r.o. 2.6 geciteerde brief genoemde partijen met uitzondering van de sub 12 genoemde toezichthouders en de sub 13 genoemde rechtbank Amsterdam.
Volgens gedaagden is het verbod deze entiteiten aan te schrijven in strijd met wat er onder 4.7 is overwogen.
1.2.
Eisers zijn in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
Zij concluderen in hun faxbericht van 3 juli 2018 tot afwijzing van het verzoek omdat in het dictum onder 5.1 bij het aanhalen van de brief van 7 oktober 2016 geen sprake is van een onmiskenbare vergissing, die zich voor eenvoudig herstel leent.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen kennelijke rekenfouten, schrijffouten of andere kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen, worden verbeterd. Het criterium voor een kennelijke fout is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. De fout moet niet voor redelijke twijfel vatbaar zijn en voor derden op het eerste gezicht duidelijk zijn.
2.2.
Met de overweging onder 4.7 in het vonnis, waarin het gevorderde verbod om tuchtrechtelijke klachten en procedures in te stellen wordt afgewezen, valt niet te rijmen dat het gedaagden in het dictum onder 5.1 wordt verboden toezichthouders en de rechtbank Amsterdam aan te schrijven of te benaderen. Door de enkele verwijzing naar de in de brief van 7 oktober 2016 genoemde derden zijn per abuis ook de instanties waar gedaagden klachten zouden kunnen indienen of procedures zouden kunnen instellen onder het verbod komen te vallen. Dit is een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De gevraagde verbetering zal worden toegewezen zoals hierna is vermeld.

3.Beslissing

De voorzieningenrechter
1.1.
voegt aan punt 5.1 van het dictum na “derden,” toe:
met uitzondering van de in die brief onder 12 en 13 genoemde toezichthouders en de rechtbank Amsterdam,
1.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum
10 juli 2018 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 14 juni 2018,
1.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 14 juni 2018 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2018.
Coll: EB