Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser bij dagvaarding van 16 mei 2018 sub 1] ,
[eiser bij dagvaarding van 16 mei 2018 sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak verzochten gedaagden om verbetering van het vonnis van 14 juni 2018, waarin een contactverbod was uitgesproken tegen het benaderen van bepaalde derden genoemd in een brief van 7 oktober 2016. Het oorspronkelijke vonnis verbood gedaagden om gedurende twee jaar deze derden aan te schrijven of te benaderen.
Gedaagden stelden dat het verbod onterecht ook toezichthouders en de rechtbank Amsterdam omvatte, terwijl in het vonnis onder 4.7 was overwogen dat het indienen van tuchtrechtelijke klachten en procedures niet bij voorbaat misbruik van recht is. Eisers verzetten zich tegen het herstelverzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van een kennelijke fout, omdat het verbod niet strookte met de overwegingen in het vonnis. Daarom werd het dictum hersteld door expliciet de toezichthouders en de rechtbank Amsterdam uit te zonderen van het verbod. Tevens werd bepaald dat deze verbetering op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat partijen het herstelvonnis aan de griffie retourneren.
Uitkomst: Het contactverbod wordt hersteld door toezichthouders en de rechtbank Amsterdam uit te zonderen van het verbod.