Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- het verzoekschrift met bijlagen van 13 juli 2018;
- de reactie van de rechter op voornoemd verzoekschrift van 16 juli 2018.
1.De feiten
- de gemachtigde is namens verzoekster een procedure gestart bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, team kanton, door dagvaarding van gedaagde International Card Services B.V. De procedure is ingeschreven onder zaaknummer: 6727284 CV EXPL 18-5652;
- in die zaak heeft de gedaagde geantwoord op de dagvaarding. De rechter heeft daarop op 4 juni 2018 een tussenvonnis gewezen, inhoudende dat schriftelijk zou worden voort geprocedeerd, omdat naar haar oordeel, gezien hetgeen over en weer is gesteld, de zaak in deze fase niet geschikt is voor verschijning van partijen ter zitting. De zaak is daartoe aangehouden tot de rolzitting van 2 juli 2018 om 10:00 uur voor repliek aan de zijde van verzoekster. Verzoekster had blijkens het vonnis, op straffe van verval van het recht dit later alsnog te doen, tot uiterlijk één dag vóór de dag van deze rolzitting stukken in mogen dienen dan wel een verzoek tot uitstel mogen doen of op de rolzitting zelf stukken mogen indienen of om uitstel verzoeken;
- de gemachtigde heeft op 3 juli 2018 de rechter schriftelijk bericht dat hij een vergissing heeft gemaakt ten aanzien van de roldatum en om die reden niet tijdig een conclusie van repliek heeft ingediend. De gemachtigde heeft verzocht om gelegenheid dit verzuim alsnog te herstellen en om uitstel van vier weken te verlenen, zodat hij alsnog een akte vermeerdering van eis en bijkomende producties kan indienen;
- op 5 juli 2018 heeft de griffier aan de gemachtigde schriftelijk medegedeeld dat de rechter dit verzochte uitstel niet heeft verleend en dat vonnis gewezen zal worden op 30 juli 2018;
- op 10 juli 2018 heeft de gemachtigde namens verzoekster op deze brief gereageerd en opnieuw schriftelijk verzocht alsnog een conclusie van repliek en wijziging van eis te mogen indienen. De gemachtigde heeft zijn bericht geëindigd met “indien ik op 12.8.2018 geen reactie (fax of email) of verder weigerend bericht heb ontvangen zal ik op 13.8.2018 mijn wrakingsverzoek, ingevolgde art. 36 Rv Pro, moeten indienen”;
- op 13 juli 2018 heeft de gemachtigde namens verzoeker schriftelijk onderhavig wrakingsverzoek ingediend, waarna de procedure is geschorst.
2.Het verzoek en de gronden daarvan
3.De reactie van de rechter
4.De beoordeling van het verzoek
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de procedure met zaaknummer 6727284 CV EXPL 18-5652 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het wrakingsverzoek werd ingediend.