ECLI:NL:RBAMS:2018:8346

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 november 2018
Publicatiedatum
22 november 2018
Zaaknummer
13-751764-18 18-6315
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met betrekking tot strafbare feiten in België

Op 22 november 2018 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De vordering tot overlevering was ingediend door de officier van justitie en betreft een strafrechtelijk onderzoek naar de opgeëiste persoon, die verdacht wordt van ernstige strafbare feiten, waaronder diefstal met geweld. De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigd dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. De rechtbank heeft de vordering behandeld op een openbare zitting op 8 november 2018, waarbij de officier van justitie en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon aanwezig waren.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet en dat er geen weigeringsgronden zijn die aan de overlevering in de weg staan. De rechtbank heeft ook de medische situatie van de opgeëiste persoon in overweging genomen, maar oordeelde dat deze niet voldoende was om de overlevering te weigeren. De rechtbank heeft de garantie van de Belgische autoriteiten geaccepteerd dat de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland zal mogen ondergaan, mocht hij worden veroordeeld. Uiteindelijk heeft de rechtbank besloten om de overlevering toe te staan, waarbij zij verwijst naar eerdere uitspraken en de geldende wetgeving.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-751764/18
RK-nummer: 18/6315
Datum uitspraak: 22 november 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 september 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 september 2018 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, België, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het [adres]
,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 november 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.M. Hof, namens mr. W.R. Jonk, advocaat te Almere.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot aanhouding bij verstek van 16 september 2018 De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van België strafbare feiten.
Deze feiten zijn als volgt omschreven in onderdeel e) van het EAB:
er zijn ernstige aanwijzingen dat verdachte mededader is aan feiten waarbij naar aanleiding van een opmerking van het slachtoffer over het feit dat hij met zijn kompanen ballonnen die aan de woningen hingen aan het stuk maken waren, de woning van het slachtoffer op bijzonder gewelddadige wijze werd binnengedrongen waarbij er vernielingen werden aangebracht, een laptop werd gestolen en waarbij er geweld werd gepleegd ten aanzien van het slachtoffer en het slachtoffer werd bedreigd met een wapen.
Plaats/tijd: te [plaats] op 15 september 2018.
Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon, te weten
‘alle nuttige stukken voor het onderzoek dewelke betrokkene op zich draagt of in zijn voertuig’.
De officier heeft ter zitting verklaard dat onder de opgeëiste persoon geen voorwerpen in beslag zijn genomen en heeft geen vordering gedaan, strekkende tot afgifte van voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

4.Strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
Diefstal, vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De procureur des Konings, verbonden aan het Parket van de procureur des Konings Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft op 28 september 2018 de volgende garantie gegeven:
Hierbij kan ik u meedelen dat ik de garantie verleen dat [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] , Nederland op [geboortedag] 1996, na een eventuele definitieve veroordeling door de Belgische rechtbank of Hof, de opgelopen straf in Nederland zal mogen ondergaan.
Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. Aan deze voorwaarde is voldaan.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.
6.
Artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).
Standpunt raadsvrouwOnder verwijzing naar onder meer het rapport van
the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment of Punishment (CPT) van 8 maart 2018 en met het verzoek het arrest van 5 april 2016 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Aranyosi/Căldăraru) toe te passen, heeft de raadsvrouw verzocht aanvullende vragen aan de Belgische autoriteiten te stellen om opnieuw de huidige detentieomstandigheden goed in kaart te brengen. Daartoe is aangevoerd dat de Belgische detentieomstandigheden schrijnend zijn te noemen. Er wordt op onregelmatige momenten gestaakt door gevangenbewaarders door heel België, maar ook gevangenen gaan over tot drastische maatregelen om aandacht te vragen voor deze situatie. Over het hele jaar hebben zich diverse stakingen afgespeeld en sinds eergisteren wordt weer gestaakt in Hasselt door cipiers na een nieuw geval van agressie. De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van haar betoog krantenartikelen overgelegd, waaronder een fotokopie van het artikel in Het Laatste Nieuws van 10 oktober 2018 met de kop
‘Cipiers in Hasselt voeren actie na nieuwe agressieve aanval van gevangene’.
De situatie klemt te meer omdat de opgeëiste persoon medische hulp nodig heeft. Hij lijdt aan reumatische artritis en staat voor deze ernstige medische klachten onder behandeling bij een specialist in het Erasmus MC, die medicatie heeft voorgeschreven en deze medicatie steeds aanpast aan de actuele (medische) situatie. Naast geregelde medische behandelingen zijn ook aanpassingen op cel noodzakelijk, zoals een ander matras.
Oordeel rechtbank
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer niet kan slagen.
Zij verwijst daarbij naar haar uitspraak van 14 augustus 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5937.
De in die uitspraak opgenomen overwegingen gelden nog onverkort.
De rechtbank ziet geen aanleiding nadere informatie in te winnen over de detentie-omstandigheden, zoals verzocht.
Wat de staking in Hasselt betreft: deze is van tijdelijke aard en zal duren tot maandagavond,
12 november 2018.
De medische situatie van de opgeëiste persoon is door hem terdege onderbouwd en de rechtbank ziet geen enkele aanleiding te twijfelen aan de ernst van de klachten.
Het is ingevolge het bepaalde in artikel 35, vierde lid OLW aan de officier van justitie om te beoordelen of de feitelijke overlevering bij wijze van uitzondering achterwege moet blijven zolang er ernstige humanitaire redenen bestaan die aan de feitelijke overlevering in de weg staan, in het bijzonder indien het gelet op de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon niet verantwoord is om te reizen.

7.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 311, 312 en 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 Overleveringswet.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. E.M.M. Gabel, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en B. Poelert, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 november 2018.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.