Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 oktober 2016, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van 29 maart 2017, waarin een comparitie van partijen is bepaald;
- het proces-verbaal van comparitie van 26 oktober 2017 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van 17 november 2017 van ING inhoudende opmerkingen op het proces-verbaal.
2.De feiten
- dat de schuldenaar op 1 januari 1999 de som van f 40.000.000,00 ter leen heeft ontvangen van en schuldig is aan de bank, (…);
- (…)
- dat de schuldenaar zich hierbij jegens de bank hoofdelijk verbindt tot de navolgende verplichtingen uit deze overeenkomst:
“Deze acceptatie is uitsluitend geldig en als onverbrekelijk geheel met de brief van FOG Vastgoedfinanciering BV d.d. 23 december 2010.”