ECLI:NL:RBAMS:2018:9363
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet werknemer luxe herenmodezaak vernietigd wegens onvoldoende bewijs
De werknemer trad in 2014 in dienst bij Oger Fashion B.V. en werd in 2018 tweemaal op staande voet ontslagen wegens vermeende onregelmatigheden, waaronder het zonder afrekenen meegeven van artikelen aan klanten en het persoonlijk bestellen van maatwerkpakken. De werknemer betwistte de verwijten en stelde dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet een ultimum remedium is en dat de werkgever de bewijslast draagt voor de dringende reden. De vermeende onregelmatigheden waren onvoldoende onderbouwd, met name omdat ernstige verwijten zoals het in eigen zak steken van geld waren ingetrokken of niet bewezen. Ook was onduidelijkheid over de interne regels en het gebruik van de locker.
Het ontslag op staande voet werd daarom vernietigd en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke rente en het verstrekken van loonspecificaties. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen vanwege het gebrek aan vertrouwen. De ontbindingsprocedure werd aangehouden voor nadere bewijsvoering over het verwijtbaar handelen. Partijen werd aangeraden tot een regeling te komen gezien het verstoorde vertrouwen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en de werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon met rente.