Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
nietgericht was tegen het kennelijke oordeel van het gerechtshof dat de ‘aangifte’ in dat geval een bewijsbestemming in de zin van artikel 225 Sr Pro had.
- [naam B.V. 1] B.V. als verkoper aan koper verkoopt de [adres 4] en [adres 5] ;
- [naam B.V. 1] B.V. als verkoper garandeert ten tijde van het ondertekenen van de leveringsakte bevoegd te zijn tot de overdracht van het verkochte en de eventueel mee verkochte roerende zaken (artikel 2 onder Pro a); en
- de leveringsakte zal worden verleden op 1 oktober 2008 ten overstaan van de notaris.
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.De strafbaarheid van de feiten
7.Motivering van de straffen en maatregelen
feit 2(onjuiste aangifte inkomstenbelasting): € 187.500,-.
feit 3(niet doen aangifte vennootschapsbelasting): € 715.656,-.
- feit 4(valsheid in geschrift): ten aanzien van dit feit is geen sprake van een op geld waardeerbaar nadeel.
- feit 5(onjuiste aangifte vennootschapsbelasting): € 44.367,-.
feit 6(niet doen aangifte vennootschapsbelasting): ten aanzien van dit feit is geen sprake van fiscaal nadeel.
€ 947.523,-.Gelet op het oriëntatiepunt Fraude hanteert de rechtbank bij dit benadelingsbedrag een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden als uitgangspunt. De ernst van de feiten verzet zich er voorts tegen af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
feitelijk leidinggeven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;
feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon.
[naam verdachte], daarvoor strafbaar.
24 (vierentwintig) maanden.