Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
mr. F.E.A. Duyvendak en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van wat door de benadeelde partijen, de heer [slachtoffer 1] en de heer [slachtoffer 2] , naar voren is gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
stills, van camerabeelden gevoegd. Dit betreffen beelden van de omgeving van Hotel [naam hotel] , de plaats waar het steekincident heeft plaatsgevonden. De
stillszijn van 13 januari 2017 en vallen binnen de periode van 17.49.16 tot 17.54.58 uur. Het incident vindt plaats rond 17.51 uur. Verdachte heeft verklaard dat hij op deze beelden (dossierpagina’s 25 en 26) te zien is en dat hij daar bijna dagelijks liep.
stillsvalt het volgende af te leiden.
stilldie op dossierpagina 27 te zien is, valt af te leiden dat het steekincident plaatsvindt aan die kant van [naam hotel] , waar verdachte naartoe is gelopen. Dat blijkt uit het feit dat de mensen die kennelijk in paniek weglopen op hun rug te zien zijn en komen uit de richting van waar verdachte heen is gelopen. Het steekincident heeft buiten het camerabereik plaatsgevonden. Het is daarom mogelijk dat verdachte de dader is geweest.
stillin het dossier. De rechtbank is echter van oordeel dat dit ontbrekende beeld het scenario van de officier van justitie niet uitsluit. Daar komt bij dat getuige [naam getuige] verklaart dat het incident enkele meters voor [naam hotel] plaatsvond, gezien vanuit de richting van de Sint Jansstraat.
modus operandi(de handelwijze) het zeer waarschijnlijk dat het ene feit (in dit geval feit 4) op eenzelfde manier heeft plaatsgevonden als het andere feit (in dit geval feit 1).
modus operandivan beide steekpartijen op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont. In beide gevallen vond een onverhoedse aanval plaats, werd een mes gebruikt en was de aanval gericht op de nek en/of het hoofd van het slachtoffer.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
black-outheeft gehad op 15 januari 2017. Hij kan zich niet herinneren waarom hij [slachtoffer 1] heeft gestoken. Eerder heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft aangevallen omdat hij als agent deel uitmaakt van ‘het systeem’. Verdachte heeft geen (verder) inzicht gegeven in de redenen waarom hij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] heeft gestoken.
- een Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek van 18 maart 2017 opgesteld door dr. N. Duits, psychiater;
- een Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek van 20 maart 2017 opgesteld door drs. P. van Vliet, GZ-psycholoog;
- een rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum van 3 november 2017 (hierna: het PBC-rapport), opgesteld door J.F.M. Strous, psychiater in opleiding, onder supervisie van F.R. Kruisdijk, psychiater, en J. Heerschop, GZ-psycholoog.
black-outheeft gehad die is veroorzaakt door gebruik van harddrugs. Bij verdachte is namelijk vlak na het incident bloed afgenomen. In het bloedonderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van harddrugs.
9.Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
DRIE (3) JAREN.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt
verpleegd.
[slachtoffer 1] ,wonende te [plaats] , toe tot
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf
15 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[naam hoofdagent] ,wonende te [plaats] , toe tot
€ 200,00(zegge: tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 2] ,wonende te [plaats] , toe tot
€ 500,00(zegge: vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 januari 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening.