ECLI:NL:RBAMS:2018:978
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst wegens ontbreken wilsovereenstemming over essentiële arbeidsvoorwaarden
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen een verzoekster en een besloten vennootschap over de vraag of een arbeidsovereenkomst was gesloten. De verzoekster stelde dat zij een arbeidsovereenkomst was aangegaan voor een functie als kunstverkoper, terwijl de verweerster dit betwistte.
Uit de feiten bleek dat er gesprekken en e-mailwisselingen waren geweest, maar dat er geen overeenstemming was bereikt over alle essentiële elementen van de arbeidsovereenkomst, zoals de geschiktheid van verzoekster voor de functie en andere voorwaarden zoals verkooptargets en een concurrentiebeding. De verweerster had bovendien geen schriftelijk aanbod gedaan na het laatste gesprek.
De kantonrechter concludeerde dat er geen wilsovereenstemming bestond over de inhoud van de arbeidsovereenkomst en dat een dergelijke overeenkomst niet tot stand was gekomen. Het bewijsaanbod van verzoekster om een getuige te horen werd afgewezen omdat deze niet aanwezig was bij de gesprekken.
De verzoeken van verzoekster werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd een veroordeling uitgesproken tot betaling van nasalaris en kosten voor betekening onder voorwaarden. De uitspraak werd mondeling gedaan en schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: Er is geen arbeidsovereenkomst tot stand gekomen wegens ontbreken van wilsovereenstemming over essentiële arbeidsvoorwaarden.