ECLI:NL:RBAMS:2018:9843
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek aansprakelijkheid voor val door steigerdelen in openbare ruimte
Op 4 juli 2016 is het kind van verzoekers tijdens het voetballen gestruikeld over steigerdelen die in de openbare ruimte lagen in verband met schilderwerkzaamheden van Painting Holland. Het kind liep daarbij een gebroken arm op. De ouders stelden Painting Holland aansprakelijk voor de schade, waaronder ook studievertraging.
Painting Holland en haar verzekeraar voerden verweer dat de precieze toedracht en locatie van het ongeval niet vaststaan, dat de steigerdelen netjes waren opgestapeld en dat geen gevaarlijke situatie was gecreëerd. De rechtbank oordeelde dat op basis van de beperkte gegevens niet kan worden vastgesteld dat de val het gevolg was van een gevaarlijke situatie veroorzaakt door Hollandia, de steigerleverancier, en dat Painting Holland daarvoor aansprakelijk is.
De rechtbank nam mee dat de foto’s niet duidelijk een gevaarlijke situatie tonen, dat de steigerdelen voldoende zichtbaar waren en dat het kind de stelplicht en bewijslast draagt. Omdat bewijslevering in deze deelgeschilprocedure niet mogelijk is, werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Ook werd geen kostenbegroting toegewezen omdat het verzoek onnodig en onterecht was ingesteld.
Uitkomst: Verzoek tot aansprakelijkheid Painting Holland wegens val over steigerdelen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende bewijs.