De rechtbank Amsterdam behandelde een meervoudige diefstalzaak tegen verdachte, waarbij meerdere inbraken en diefstallen ten laste werden gelegd. Verdachte ontkende diverse feiten, en de rechtbank sprak hem vrij van drie van de vijf ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. Voor de overige feiten werd verdachte wel schuldig bevonden, waaronder het wegnemen van een fooienpot uit een bedrijfspand, het voorhanden hebben van door misdrijf verkregen goederen, en poging tot diefstal met gebruik van een gestolen bankpas.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 24 maanden vorderde, besloot de rechtbank geen straf op te leggen omdat verdachte reeds een ISD-maatregel ondergaat die positief lijkt te werken. De rechtbank vond het onwenselijk het ISD-traject te onderbreken of na afloop nogmaals strafrechtelijk te sanctioneren.
De rechtbank kende aan een benadeelde partij materiële schadevergoeding toe van €1.165,02 met wettelijke rente, terwijl andere vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of omdat de vordering bij de burgerlijke rechter moet worden ingesteld. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen schadevergoeding en de kosten, met een dwangsom bij niet-betaling.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 15 november 2018.